maandag 25 februari 2008

Nieuwe leerling

Vandaag was er een nieuwe leerling in de klas. Hij zag er op het eerste zicht heel normaal uit, een beetje lelijk, maar het was dan ook een jonge dus kon het mij niet zoveel schelen. Een gesprek ben ik er niet mee begonnen, die eer kreeg hij niet. hij was van zijn vorige school gegooid en natuurlijk waren er meteen spectaculaire verhalen de ronde aan het doen. Hij zou een brandje gesticht hebben, wat vandalenstreken hebben uitgehaald en hier en daar wat gestolen hebben. ‘Niets speciaal,’ dacht ik, want ik heb ook al wel is iets in brand gestoken, iets kapot geslagen of iets gestolen. Ik stoor me soms wel aan roddels, maar zolang ze niet over mij gaan is het niet zo erg. Er werd ook gezegd dat deze jongen heet werd van bloed, seksueel bedoel ik dan. Toen ik het eerst hoorde geloofde ik het niet, maar toen ik toevallig een gesprek hoorde waar hij trots als een gieter zijn zieke verhaal deed geloofde ik het wel.
Panische angst schoot me te binnen. Ik wou weg van die jongen, niet moeilijk…hij was ook nog eens biseksueel had ik gehoord. Een heel scenario schoot me te binnen.

De jongen nam één van de eerstejaars en sneed zijn hoofdje eraf. Dat lichaampje spoot overal bloed. Ik was rustig met wat vrienden aan het praten, ineens stond hij voor mijn neus zo geil als een otter. Sinds ik een contract heb op school voor een klein voorval, kon ik moeilijk zijn neus breken. Dat zou betekenen dat ik van school werd gezwierd. Ik zette het hem dan maar op een lopen. De jongen volgde me, ik schoof uit over het bloed. Hij kwam dichter en dichter ik probeerde weg te raken. Hij nam mijn onschuld, ik zou nooit meer hetzelfde zijn geweest.

Zo iemand moeten ze ver wegsteken, weg van de normale samenleving zodat we er geen last van hebben. Hoe komt dat mensen zichzelf verminken. Als je zegt dat iemand zichzelf opzettelijk pijn doet, zie ik altijd een debiel voor mij die met zen kop tegen de muur zit te slagen. Geen idee waarom. Terug naar de jonge biseksuele, zelfverminkende, bloedorgie verslaafde man. Iets zegt me dat deze jongen in zijn jongere jaren zwaar is misbruikt door een nonkel of een boze stiefvader, want anders zou geen enkel mens zich zo gedragen en zo’n zieke gedachten kunnen hebben, deze jongen had een trauma, geen twijfel mogelijk, of het nu een dronken familielid is die een naakt dansje wou doen met hem als paal of een zware hersenbloeding. Er was iets gebeurt en als dat zo is kan hij er niets of weinig aan doen dat hij zo een raar kindje is.

Ik zal me daarom maar rustig houden en hem laten doen. Zolang hij geen eerstejaars zijn kop afsnijdt en met een tent in zijn broek naar mij komt, is hij gewoon weer een vaag figuur dat in mijn school ronddwaalt. Zo iemand waar je nooit iets tegen zegt.

Kijk morgen is rond op je school en zoek mensen die je nog nooit hebt opgemerkt, volkomen vreemde die rondlopen in jouw school. Je zult zien dat je er veel vind.

zondag 24 februari 2008

Q-party

Gisteren was het Q-party. Ik ben er eigenlijk alleen maar naartoe gegaan omdat het zo dicht bij was. Normaal was ik naar stealthbombers gegaan, maar ik wist niet waar ik s’ morgens kon gaan slapen. Onderweg naar het feestje zagen we een oude man met een joint. ‘dag kindjes’, zei hij. ‘dag oude meneer’, zei ik vriendelijk. ‘dag kindjes’: herhaalde hij. ‘dag oude meneer’: zei ik opnieuw. ‘dag kindjes’, zei hij voor de derde keer.

Toen was ik het beu, ik stapte van mijn fiets en nam een stok. Na enkele minuten dolle pret hoorden we sirenes we gingen maar eens verder. We waren eerst fout gereden en kwamen zo terecht in een steegje dat uitliep op een oude garageblok. Er stonden drie auto’s. Het was duidelijk een sekte of maffia zaak, dus leek het me een goed idee om er de weg te vragen. Ik ging eerst binnen en zag een doorweekte man die vastgebonden was op een stoel. Er was een bekende geur in de kamer, maar ik kon er niet meteen opkomen wat het precies was. ‘goedendag, weet u misschien waar de Q-party is?’, vroeg ik aan een breed en duister figuur. ‘wat doe jij hier!’, riep de man boos. ‘ik kom hier de weg naar de Q-party vragen’, zei ik. Dat leek me vrij logisch. ‘ah, terug het steegje uit en dan naar rechts voorbij het kruispunt, je kan het niet missen.’
‘Dankjewel’, zei ik.
We wilden juist naar buiten gaan toen de brede man om men aansteker vroeg. Ik gaf hem die en hij stak de vastgebonden man in lichterlaaie. ‘BENZINE! Dat was het?’ riep ik.
De man keek en glimlachte, dat was de honderd vierentwintigste glimlach die ik die dag had verzameld. Daarna schoof hij de aansteker terug in mijn broek zak.
‘merci’
‘graag gedaan’, zei ik vreugdevol.

Na dat we onze fietsen hadden weg gezet gingen we naar binnen. Het waren wel afzetters, tien euro inkom. ‘Sven ornelis zal zijn best mogen doen’, dacht ik. Er waren niet zoveel mensen die ik kende. Stijn echter kende de helft van de zaal. Ik ben dan ook niet van broechem is mijn excuus, maar hij ook niet, KUT.
Na wat drinken ging het dansen al een stuk beter. Dat dacht ik toch, wat de mensen rond mij ervan vonden weet ik niet, redelijk logisch omdat ik niet in Heroes meespeel. Er ontstond ineens een moshpit op een traag nummer. Toen wist ik dat iedereen genoeg ophad. Er kwam een man die zwaar aan de steroïde zat in de moshpit. Na twee seconden was het gedaan met de moshpit. Ik vond het heel erg voor die gast, hij wou alleen maar meespelen.

Om drie uur gingen we naar huis. Na een paar vrolijke liedjes te zingen, terwijl we over de bruggen reden. Waren veilig aangekomen en zijn halverwege scary movie 1 in slaap gevallen.

vrijdag 22 februari 2008

Rustige dag

Op andere dagen ben ik liever alleen, om eens goed televisie te zien of gitaar te spelen. ik zie mezelf niet als goede gitarist, maar ik kom er wel. Als ik een instrument zou moeten aanraden dan zou het gitaar zijn. Waarom? Omdat dat mijn mening is. Je moet zelfs geen lessen nemen, want alles staat op het Internet.

ik doe ook wel eens wandelingen met mijn hond. Hij is een border collie, prachtig beest. Sommigen mensen zeggen dat hij te dik is. Meestal doe ik dan zijn lijn uit en zeg ik: ‘luid’. Dan blaft hij, als ze dan nog niet in hun broek schijten dan zeg ik: ‘vast.’ Dan bijt hij.
Het is een brave hond.

Gisteren wandelde we langs de schapenweide. Daar zagen we een mannelijk oud vrouwtje die voor haar geiten was aan het zorgen.
Ik zei: ‘hallo.’
Ze negeerde mij.
‘Pishoer!’: riep ik. Plots negeerde ze me niet meer.
‘onbeleefderik, waar woon je? Weet je moeder dat je zo tegen mensen praat?’ Ze was duidelijk blind want ze was tegen één van de geiten bezig. Seniel oud mens dacht ik bij mezelf en we liepen verder. Langs de weg zagen we wat paarden staan, mooie beesten. Ze waren wel nog een beetje wild. Toen een meisje het zadel erop wou leggen, kreeg ze een harde stamp en het paard liep weg. Ik vroeg aan het meisje of alles in orde was ze zei niets terug. ‘pishoer’: riep ik en we liepen verder. Daar zagen we dwerg. Grappige beestjes. Mijn hond duwde hem omver en ik lachte. De dwerg stormde woedend op mij af. Hij kwam ongeveer tot aan mijn middel. Ik duwde hem in de beek en we liepen verder. ‘Kuthoer!’, riep hij me na.

‘Je moeder is een kuthoer!’ riep ik terug. Toen wist hij niet meer wat zeggen. Normaal ben ik vriendelijker.

Ik ging terug naar huis. De hond legde zich neer op mijn bed. En ik nam het boek kwantum van Herman Brusselmans vast. Hij is dan ook mijn favoriete schrijver.

Na een twintigtal pagina’s stopte ik en ging ik wat tv zien. Zoals gewoonlijk was er niets anders dan herhalingen, zelfs het nieuws leek een herhaling. weer een of andere idioot die zich op had geblazen. het was al laat en ik was moe, dus duwde ik mijn hond van het bed en draaide ik mezelf in mijn slaaphouding, liggend, zoals de meeste mensen. Ik had die avond geen diepe gedachte meer over het heelal of pita’s.
Om zeven uur s’ morgens ging de wekker.
Weer een dag…

Dagje met de maten

Af en toe wordt ik uitgenodigd bij vrienden. Deze keer was het feestje bij christophe. We noemen hem Krikke. Waarom weet ik niet. Ik kwam binnen er zaten een 5 mensen in de zetel. Tom, Andreas, een andere christophe. die noemen we Christoph. Waarom is vrij duidelijk vind ik. Robin zat er ook, allemaal normale kerels, die van tijd tot tijd vrij abnormaal doen. Het was een drink feestje. We begonnen met drinken en deden een babbeltje, we speelde geen spelletjes terwijl. Dat zou onze concentratie afnemen van het drinken. Er waren drie flessen witte wijn en een fles rode wijn van twee liter. Die waren in recordtijd op. Toen alle alcohol in mijn bloed gedrongen was werd ik misselijk. Even overgeven en verder doen zou je denken, maar dat was deze keer het geval niet. ik bleef me slecht voelen voor de rest van de dag. Gelukkig was er een waterpijp om mijn gedachte ervan af te houden. Mijn moeder vindt niet zo leuk dat ik drink of lurk, lurken is wat je doet als je een trekje doet aan een waterpijp, maar ze weet wel dat ik weet wanneer ik moet stoppen. Meestal heb ik dit door als ik boven een wc hang. Ik heb respect voor mensen die weten wanneer ze moeten stoppen.

Roken doe ik niet, misschien rook ik af en toe wel eens een sigaret als ze mij aangeboden word. Ik vind het niet vies en het voelt wel prettig aan. Ik zal wel nooit een pakje kopen in de winkel. Dit is hoofdzakelijk omdat ik te lui ben om naar de winkel te gaan maar ook omdat ik vijf euro te veel geld vind voor dertig kankerstokjes. Het gezondheidsdeel schrikt me niet zo af. Voorbij je vijftig lijkt het allemaal bergaf te gaan, daarom kan je best elke dag voluit leven en niet stilstaan bij elk klein dingetje die slecht zijn voor je gezondheid. Tegenwoordig is zelfs de zon ongezond.

Omdat ik Tom niet goed verstond door het geluid van de porno film op de achtergrond gingen we buiten staan.

‘hoi’,zei hij. Hij had duidelijk ook teveel gezopen. Ik brabbelde een gedachte: ‘waarom droeg dat wijf in die pornofilm naaldhakken in bed.’ Tom wist niet waarover ik het had. Hij lette meer op andere dingen in de film denk ik.

‘ik denk dat christophe homo is. Hij keek heel de tijd naar andreas en niet naar de opgespoten tetten van die hoer.’ We lachte en gingen terug naar binnen. We zagen christophe en schoten terug in een lach.

Ik, Andreas en Tom vertrokken naar het repetitiekot, daar sliep ik mijn roes uit. Het was redelijk moeilijk omdat het constante gedrum van Tom me wakker hield. Gelukkig overwon mijn alcoholpercentage dat probleem. Ik werd wakker en speelde nog een paar liedjes mee. Het was zes uur s’ avonds dus ik vertrok naar huis. Ons groepje was op weg naar de top. We moesten enkel nog zelf liedjes beginnen schrijven, optredens beginnen spelen en een platencontract binnenhalen. Simpel!

Typische dag

Mijn hele leven heb ik al mensen beoordeeld. Wauw, wat een dikzak. Ik hoop dat hij door de deur raakt anders sta ik hier nog uren. Misschien moet er een kraan komen om hem uit de raam naar buiten te krijgen. Heel mijn dag verpest door deze klootzak. Hij keek achterom en glimlachte vriendelijk. Een panische angst schoot me te binnen, hij gaat me opeten, loop sam, loop. Ik zette me erover heen en gaf hem een valse glimlach terug.

Hoewel ik mezelf vasthoud aan elk stereotype dat er bestaat, heb ik de neiging om vriendelijk te doen als het eropaan komt. Ik kan er namelijk niet tegen dat mensen me niet leuk vinden. Hoe hard zij mij ook irriteren of dwarsliggen, moet ik ze toch laten lachen. Doorheen de dag verzamel ik zo’n driehonderd glimlachen soms zelfs een knipoog. Als een knipoog zich voordoet is mijn dag goed. Een beetje zielig vind ik zelf, maar wat doe je eraan, zo ben ik gewoon. Een meisje dat ik bijzonder leuk vind zal ik mijzelf bij kunnen niet inhouden om de stomste dingen te zeggen. De dingen die ik normaal nog juist kan inslikken voor ze men klankgat uitkomen. Meestal zijn dit vragen die in men gedachte opkomen zoals: ‘wat zou je moeten doen om op een teletubie pornokanalen te ontvangen.’ Dit was de domste tot nu toe, denk ik. Die avond lag ik in mijn bedje erover na te denken. Nee, niet hoe vreemd het meisje al dan niet vond, maar over de teletubies. Rare wezentjes eigenlijk. Als kind stoorde ik mij er al aan. Als ze dan werkelijk pornokanalen konden bekijken moesten ze het altijd per twee doen, ah ja anders zouden ze een stijve nek krijgen door al dat naar beneden kijken, niet te vergeten de mogelijke hoofdschotwonden van tinkiwinkies zaadjes. Het laatste ongeval is al ruim honderd miljoen mannen overkomen. Erge zaak, weinige revalideren hiervan.

Toen ik de dikke man had afgeleid door een mars op de grond te gooien. Glipte ik langs linksonder voorbij, je moet verstaan dat dit niet simpel zo was als het klinkt. Ik liep de trap af en zag een Marokkaan. Ik liep er in een bocht omheen met mijn hand in een klemgreep rond mijn portefeuille. Mijn papa is politie hij heeft mij hiervoor gewaarschuwd. Gelukkig was de gang goed verlicht. Marokkanen slaan hun slag in het donker, dan kan je ze niet zo goed zien zei papa, doe je het wel neemt hij snel zijn gsm en staan er ineens twintig rond je. Ze cirkelen om je heen, als je probeert te lopen blokkeren ze de weg en betoveren ze je met een vreemde oude taal. ‘Oalaljihaadmohammedpakportefeuille’. Voor je het weet zijn ze weg. Dit gebeurt iets minder opvallend. Je ziet ze namelijk nog lopen. Ninja’s zijn veel beter in weglopen, maar zij bestelen je natuurlijk niet, ofwel merk ik het nooit, dat kan ook.

Ik was beneden geraakt, even nakijken: portefeuille, gsm, sleutels. Alles was er nog. gelukkig maar. Ik had alles wat in mijn broekzakken zat nodig. Zonder mijn sleutels zou ik voor mijn deur staan. Zonder mijn portefeuille zou ik niet binnen mogen in de club en zonder gsm zou ik niet kunnen afspreken om naar de club te gaan.

Ik kan nooit goed afspreken, daarom doe ik het altijd op het moment juist ervoor zodat er niets meer fout kan gaan. Het nadeel hieraan is dat iedereen alles op voorhand plant en dus al bezet is die avond.

Ik ging naar buiten, daar stond een oogverblindend mooi meisje. Dit was niet zo erg want ik had oogdruppels bij en de blindheid was snel weer voorbij. Het meisje had felblauwe ogen, een mooi gezichtje, een slank lijfje en grote borsten. Wat wilt een man nog meer? Dat laatste was een retorische vraag. Dat wil zeggen dat je er niet op moet antwoorden. Ik stoor me erg aan mensen die niet op de toon van je stem letten. Af en toe geef ik er eens één een lel. Dan staan ze er alsof ze van niets weten. ‘je weet best wat je fout deed’ denk ik dan. Het meisje liep me voorbij zonder me nog maar op te merken. Een kleine steek in mijn hart. Het kwetste me niet, het was meer de vraag. Waarom? Die bleef enkele minuten hangen. Mijn gevoelens zijn al lang afgebot door televisie. Liefde is iets dat je maar enkele keren in je leven tegenkomt. Bij mij is dat alleszins zo. Ik ben nog maar één keer verliefd geweest en dat heb ik verpest. Het leven gaat verder, tenzij je zelfmoord pleegt. Het idee dat iemand zelfmoord pleegt vind ik raar. ‘Ik heb de ballen er niet voor’ zei ik ooit tegen een vriend. Die zei: ‘ik heb gehoord dat je die helemaal niet nodig hebt. Meisjes doen het ook.’

Dat was de laatste keer dat ik met die mongool gepraat had. We geven elkaar soms nog eens een hand, daar houdt het dan ook wel bij op. Een hand ontvang ik maar al te graag. Weer één van die dingen die ik verzamel doorheen de dag. Dit was niet zo moeilijk omdat iedereen je tegenwoordig een hand geeft.

Zelfs mensen die je niet echt kent geven je een hand.

Toen ik over de stoep strompelde, zag ik nog een meisje. Deze was, zonder overdrijven, strontlelijk. Ze glimlachte, ik niet. ergens zei een stemmetje in mijn hoofd: ‘glimlach, smile, tanden bloot’ kon ik het niet opbrengen. Er zijn uitzonderingen.